zondag 15 december 2024

Het water neemt

 

Op 18 september 1898 verdronk Louis Retsin, 37 jaar oud, in de Schelde ter hoogte van Kallo. Hij was een gekend verzekeringsmakelaar, ongehuwd, en woonde in de Milisstraat in Borgerhout, eerst op nummer 77 en later, in 1894, vind je hem in het huis verder, op nummer 79.

Retsin nam met zijn boot, de Eureka, als begeleider deel aan een zeilwedstrijd die naar Bath in Engeland voerde en terug. De wedstrijd was georganiseerd door de Société royale nautique anversoise waarvan Retsin toen de secretaris was. Als een voorzichtig zeiler, zo was hij gekend. En toch nam hij die dag geen reddingsvest mee. Men zou hem nog hebben nageroepen vanaf de kaai, maar hij had teruggeroepen, wijzend naar de lucht: "'t zal vandaag wel niet noodig zijn". Enkele uren later keerde het weer echter, er stak een sterke windvlaag op en de boot, die te veel zeil droeg, kapseisde. De schipper, een jonge man van 18, kon zich nog redden. Maar Retsin, nochtans een geoefend zwemmer, bleek te zwaar gekleed, werd naar de bodem getrokken en was verloren. Zijn overlijden werd op 26 september 1898 in Kallo aangegeven door zijn oom, ook een Louis Retsin, scheepsbouwersklerk in Antwerpen. Het lichaam was de dag tevoren gevonden "in de waters der Schelde onder deze gemeente [Kallo] nabij de kaai Sinte Marie". Volgens een krantenbericht had hij een grote som geld op zak en een duur gouden horloge.



Louis Retsin werd op 26 juni 1861 in Antwerpen geboren als Ludovicus Joannes Henricus Felix Augustus, in een tijd toen voornamen nog goedkoop waren. Hij was de zoon van Petrus Retsin, een scheepsreder. "Wettigen posthumus zoon", zo staat in de geboorteakte. Zijn vader was dus al overleden bij de geboorte van zijn zoon. Bij de verdrinkingsdood van Louis werd in de kranten gesproken over vier familieleden die het leven gelaten hadden op of in de buurt van het water. Maar misschien is de dood van zijn vader en zijn oom wel het meest gruwelijke einde.

Petrus Retsin (geboren in Vlissingen op 26 oktober 1832) had samen met zijn twee broers, Henri en Louis (de oom uit de overlijdensakte), een kleine scheepswerf op het Vlaams Hoofd bij Sint-Anneke: de "chantier Retsin". Op 1 november 1860 wilden ze met hun plezierboot, op stoom, gaan varen op de Schelde. Maar de stoomketel ontplofte,  stukken van de boot werden meters ver in het rond gekatapulteerd. Louis, die als enige niet op de boot was omdat hij extra kolen was gaan zoeken, hoorde in een nabijgelegen herberg de ontploffing en haastte zich naar de werf. Alle hulp kwam echter te laat. Het levenloze lichaam van Petrus werd 40 meter verder gevonden en was bijna totaal verhakkeld. Henri was nog in leven, maar zou een kleine week later ook overlijden aan zijn verwondingen.

In de catalogus van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience vind ik nog een spoor van de familie Retsin. In 1872 overleed de grootvader van Louis Retsin, Joannes Franciscus Carolus Retsin, geboren in Kortrijk in 1794. In 1873 werden enkele schilderijen uit de erfenis verkocht op een veiling door Edward ter Bruggen. De veilingcatalogus is zelfs door Google ingescand en hier beschikbaar


zondag 3 november 2013

Chers Parents

Mijn huisgenoten weten het ondertussen (en mijn bankrekening ook): ik heb een zwak voor oude postkaarten. Voor handgeschreven postkaarten. Of postkaarten met veel tekst op. Of postkaarten van Herentals. Of postkaarten van of over de Milisstraat.

Toen ik dit kaartje vond op een veilingsite, kwam alles samen. Een postkaart van rond de vorige eeuwwisseling, over het klooster van de Franciscanessen in Herentals. Volgeschreven (in niet helemaal vlekkeloos Frans) door een leerlinge van het pensionaat en op 25 april 1902 verstuurd aan haar ouders, in de Milisstraat op nr. 10, monsieur et madame Raeymaekers.

Zoals u begrijpt, ik moest en zou. Maar een oude bekende van mij uit Herentals moest en zou ook. Het zou mijn bankrekening uiteindelijk meer pijn doen dan ik wilde, voor een oude kaart die in oorsprong toch maar 2 euro was ingezet.


[Antwerpen, 25 april 1902]



Chers parents,

Comme on a fait une collection de cartes de notre pensionat je ne puis laisser de vous en envoyer un souvenir. Je puis vous assurer que je le suis déjà bien habituée et faites beaucoup de compliments aux frères, à toute la famille et nous attendons une grande récompense pour celles qui sont venues à tant au pensionat.
J'espère chers Parents que vous êtes encore en bonne santé comme moi. Un gros baiser de
Votre fille

Marguerite

Waarom in godsnaam stuurt een Antwerpse familie de dochter naar een Kempens pensionaat? Blijkbaar was de school van Herentals erg geliefd bij de Franssprekende burgerij van Antwerpen; rond 1890 was meer dan 60 % van de leerlingen afkomstig uit groot-Antwerpen. Een strenge religieuze omgeving, met het Frans als voertaal, in de onbedorven natuur van de Kempen moeten blijkbaar de troeven geweest zijn van de zusters Franciscanessen in Herentals.

Marguerite was 12 jaar toen ze het kaartje stuurde; ze zal waarschijnlijk nog niet zo lang in het pensionaat hebben verbleven. Marguerite werd geboren als Margaretha Virginie Anastasie Raeymaekers op 24 mei 1890 in Antwerpen. Haar ouders, Frans Raeymaekers en Joanna Coignon, waren afkomstig van Lier; ze moeten tussen 1890 en 1900 in de Milisstraat zijn komen wonen. Het bevolkingsregister van 1890-1900 vermeldt ze niet als oorspronkelijke bewoners; in dat van 1900-1910 komen ze wel voor. Het adresboek van Ratinckx van 1900 geeft op als bewoner “Fr. Raeymaekers, princ. clerc de notaire”.
Zes kinderen kregen ze uiteindelijk, Marguerite is de oudste, en dan volgen Georges (1891), Bernard (1893), Leo (1897), Lydia (1905) en Paul (1908).

Eind april 1912 verhuist het gezin; het huis zal waarschijnlijk te klein zijn geweest, en blijkbaar woonden er nog andere mensen, een familie Pelemans; maar Raeymaekers was wel eigenaar. Ze trekken niet ver weg, naar de Milisstraat op nr. 15. Er is een verbouwdossier voor dat huis in 1912, met Raeymaekers als bouwheer. In mei 1912 wordt nr. 10 verkocht, aan Ern. Rosseeuw-Peeters vermoed ik, die vanaf dan als bewoner wordt vermeld. Die kwam ook van niet ver: uit de Ketsstraat.

Dat heeft Marguerite allemaal niet meer geweten. Ook niet dat haar beide broers, Georges en Bernard, als soldaat sneuvelden in de eerste Wereldoorlog, Georges in 1914 in de gevechten bij Luik, en Bernard in 1915 aan de IJzer.

GvA, 25 maart 1915

Marguerite zelf stierf al op 28 september 1908, een half jaar nadat haar jongste broertje geboren werd.

GvA, 30 september 1908

Vader en moeder Raeymaekers lagen begraven op het kerkhof van Berchem, maar dat graf werd in 2006 geruimd wegens verwaarlozing. De zonen liggen begraven op de oorlogskerkhoven van Ramskapelle en van Boncelles bij Luik.
Of er van Marguerite nog een graf te vinden is, betwijfel ik ten zeerste.

Maar ik heb nog altijd haar kaartje.