Op 18 september 1898 verdronk Louis Retsin, 37 jaar oud, in de Schelde ter hoogte van Kallo. Hij was een gekend verzekeringsmakelaar, ongehuwd, en woonde in de Milisstraat in Borgerhout, eerst op nummer 77 en later, in 1894, vind je hem in het huis verder, op nummer 79.
Retsin nam met zijn boot, de Eureka, als begeleider deel aan een zeilwedstrijd die naar Bath in Engeland voerde en terug. De wedstrijd was georganiseerd door de Société royale nautique anversoise waarvan Retsin toen de secretaris was. Als een voorzichtig zeiler, zo was hij gekend. En toch nam hij die dag geen reddingsvest mee. Men zou hem nog hebben nageroepen vanaf de kaai, maar hij had teruggeroepen, wijzend naar de lucht: "'t zal vandaag wel niet noodig zijn". Enkele uren later keerde het weer echter, er stak een sterke windvlaag op en de boot, die te veel zeil droeg, kapseisde. De schipper, een jonge man van 18, kon zich nog redden. Maar Retsin, nochtans een geoefend zwemmer, bleek te zwaar gekleed, werd naar de bodem getrokken en was verloren. Zijn overlijden werd op 26 september 1898 in Kallo aangegeven door zijn oom, ook een Louis Retsin, scheepsbouwersklerk in Antwerpen. Het lichaam was de dag tevoren gevonden "in de waters der Schelde onder deze gemeente [Kallo] nabij de kaai Sinte Marie". Volgens een krantenbericht had hij een grote som geld op zak en een duur gouden horloge.
Louis Retsin werd op 26 juni 1861 in Antwerpen geboren als Ludovicus Joannes Henricus Felix Augustus, in een tijd toen voornamen nog goedkoop waren. Hij was de zoon van Petrus Retsin, een scheepsreder. "Wettigen posthumus zoon", zo staat in de geboorteakte. Zijn vader was dus al overleden bij de geboorte van zijn zoon. Bij de verdrinkingsdood van Louis werd in de kranten gesproken over vier familieleden die het leven gelaten hadden op of in de buurt van het water. Maar misschien is de dood van zijn vader en zijn oom wel het meest gruwelijke einde.
Petrus Retsin (geboren in Vlissingen op 26 oktober 1832) had samen met zijn twee broers, Henri en Louis (de oom uit de overlijdensakte), een kleine scheepswerf op het Vlaams Hoofd bij Sint-Anneke: de "chantier Retsin". Op 1 november 1860 wilden ze met hun plezierboot, op stoom, gaan varen op de Schelde. Maar de stoomketel ontplofte, stukken van de boot werden meters ver in het rond gekatapulteerd. Louis, die als enige niet op de boot was omdat hij extra kolen was gaan zoeken, hoorde in een nabijgelegen herberg de ontploffing en haastte zich naar de werf. Alle hulp kwam echter te laat. Het levenloze lichaam van Petrus werd 40 meter verder gevonden en was bijna totaal verhakkeld. Henri was nog in leven, maar zou een kleine week later ook overlijden aan zijn verwondingen.
In de catalogus van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience vind ik nog een spoor van de familie Retsin. In 1872 overleed de grootvader van Louis Retsin, Joannes Franciscus Carolus Retsin, geboren in Kortrijk in 1794. In 1873 werden enkele schilderijen uit de erfenis verkocht op een veiling door Edward ter Bruggen. De veilingcatalogus is zelfs door Google ingescand en hier beschikbaar

